IndexIndex  PortalPortal  KalenderKalender  FAQFAQ  ZoekenZoeken  GebruikerslijstGebruikerslijst  GebruikersgroepenGebruikersgroepen  RegistrerenRegistreren  InloggenInloggen    

Deel | 
 

 The March of Mephisto

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Ga naar beneden 
AuteurBericht
Mephisto

avatar

Geslacht Pokémon : Man Aantal berichten : 15
Poké-points : 4

Pokémon Profiel
Leeftijd: Onbekend
Level: 20
Partner: Once I believed I could find just a trace of her beloved soul.

BerichtOnderwerp: The March of Mephisto   zo nov 16, 2014 5:10 pm

M E P H I S T O

Algemene informatie

Naam: Mephisto
Geslacht: Mannelijk
Soort: Haunter
Familie: Onbekend
Leeftijd: Onbekend, waarschijnlijk zo’n vijf à zes jaar
Geboorteplaats: Onbekend, zijn oudste herinneringen vonden plaats op de Moonlit Meadows
Huidige woonplaats: Mt. Darkfall, in de voet van de berg

Uiterlijk

Kleur: Voornamelijk paars
Grootte: 155 centimeter
Gewicht: 100 gram
Bouw: Luchtig

Mephisto is een Haunter, wat inhoudt dat hij voornamelijk bestaat uit een gasachtig, paars lichaam. Zijn twee handen bestaan elk uit drie puntige vingers en zitten niet vast aan zijn lichaam, maar dat betekent (gelukkig) niet dat hij ze zomaar ergens rond kan laten slingeren. Aan beide kanten van zijn hoofd heeft Mephisto drie puntige uitsteeksels. Omdat Mephisto een gasachtig lichaam heeft, wordt zijn voorkomen vaak beïnvloed door het licht. Is de zon erg fel, dan schijnt dit licht door Mephisto heen, waardoor hij een doorschijnend voorkomen heeft. Hij is daarom ook het beste te zien in een donkere nacht.

Aan Mephisto’s gezicht is direct te zien dat hij blind is: zijn ogen zijn namelijk volledig lichtblauw, hoewel het licht er soms voor zorgt dat ze wit lijken. Op het gezicht van de Haunter is vaak een brede grijns te zien, die niet per se vijandigheid inhoudt, maar eerder ondeugend is, hoewel de gemiddelde Pokémon de Haunter op het eerste gezicht eerder als kwaadaardig of krankzinnig zou bestempelen, dan als een vriendelijke plaaggeest. En toegegeven: een béétje krankzinnig is hij ook wel.

Innerlijk

Nature: Naughty

Als Mephisto in drie woorden omschreven zou moeten worden, dan zou je waarschijnlijk uitkomen op ondeugend, sluw en onvermoeibaar, hoewel opvliegend (no pun intended) en onverschrokken ook goed in dit rijtje zullen passen. De Haunter vult zijn dagen namelijk met het plagen van andere Pokémon, of deze Pokémon nou groter en sterker zijn dan hij, of niet. Ondanks dat de Haunter er al heel wat jaren op heeft zitten en al lang volwassen is, is hij nog altijd jeugdig van geest (again, no pun intended. Or was it?) en heeft hij altijd behoefte aan een goede grap. Mits deze grap bij anderen wordt uitgehaald natuurlijk, want hij kan er slecht tegen zélf in het ootje te worden genomen, vandaar dat “opvliegend” ook in het rijtje is opgenomen.

Ondanks dat Haunters doorgaans niet positief in het Pokémonnieuws verschijnen, maar vooral bekend staan als de stalkerige, levenszuigende moordenaars, is Mephisto geen slecht wezen. Hij zou nooit bewust anderen vermoorden, tenzij hij geen andere opties heeft. Dit komt niet omdat de Haunter veel medeleven heeft met zijn mede-pokémon, maar omdat hij nooit zal vergeten dat hem verweten is dat hij zijn geliefde Misdreavus heeft leeggezogen, zij het niet in zo’n letterlijke zin, en hij weet dat er een kern van waarheid in die woorden zit.

Het moordlustige stereotype dat rond zijn soort hangt, maakt het voor Mephisto echter wel lastiger om vrienden te maken. Pokémon gaan hem liever uit de weg dan dat ze een gezellig praatje met hem maken, maar Mephisto’s zonderlinge aard zorgt er voor dat hij daar maar heel zelden een probleem mee heeft.  

Overige informatie

Type: Ghost / poison
Ability: Levitate – Haunter heeft volledige immuniteit tegen grondaanvallen.
Egg group: Amorphous
Level: 20
Aanvallen:
Hypnosis – Psychic type aanval. De tegenstander wordt gehypnotiseerd en raakt in een diepe slaap.
Lick – Ghost type aanval. De Pokémon likt de tegenstander, waarbij de kans 1 op 3 is dat de tegenstander geparaliseerd raakt.
Night Shade – Ghost type aanval. De schade die deze aanval toebrengt, is afhankelijk van het level van de tegenstander.
Overig: Mephisto heeft een verslaving aan bepaalde kruiden, die (gelukkig voor hem) in de buurt van Mount Darkfall te vinden zijn. Deze kruiden nemen zowel zijn fysieke pijn, als zijn geestelijke pijn weg en zorgen af en toe voor waanbeelden, maar zorgen er ook voor dat hij optimistischer in het leven staat. Mephisto is van mening dat hij zal sterven zodra hij geen kruiden meer zal eten.

Geschiedenis

Part 1: Forever Gone

Over Mephisto’s vroegste levensjaar is weinig tot niets bekend, hoewel Mephisto wel op zoek is naar antwoorden. Hij weet niet wie zijn ouders zijn, noch of hij nog andere familieleden heeft, en soms stoort hem dat verschrikkelijk. Alles wat hij weet, is dat er, toen hij misschien één jaar oud was, iets gebeurd is, iets wat hem zowel zijn geheugen als zijn zicht heeft gekost. Mephisto is dan ook al heel wat jaren blind, hoewel hij niet altijd blind is geweest, en heeft daar goed mee leren leven. Zijn gehoor is uitstekend en ook met zijn smaakpapillen is niets mis. Wat tast betreft heeft hij het wat lastiger, want als geest zijnde zijn er maar weinig dingen die tastbaar voor hem zijn. Daar staat dan echter weer tegenover dat hij door bijvoorbeeld bomen heen kan zweven, waardoor hij er eigenlijk zelden last van heeft dat hij ergens tegen aan zweeft.

Part 2: First of His Name

Mephisto opende zijn ogen op een koude maar heldere winternacht. In de verte was het geluid van een huilende Houndoom te horen. Boven zich zag hij een donkere hemel, waarin duizenden lichtjes fonkelden, met één licht het helderste van allemaal: de volle maan. Ondanks dat het koud was, leek het een perfecte nacht te zijn, maar de Haunter voelde dat er iets mis was. Het was te stil, te koud en bovenal te wazig. Hij zag de maan en de sterren niet als scherpe objecten aan de hemel, maar als vage vlekken tegen een donkere achtergrond. Hij voelde de kou niet alleen als de kou, maar hij voelde ook dat er iets miste. Alsof er een gat in zijn non-existentiële hart geboord was. Hij ervaarde de huilende Houndoom niet als een natuurlijk geluid, maar als een kreet van de dood of verlatenheid.

En hij besefte dat hij alleen was.

Hij wist niet of er iets veranderd was sinds het moment dat hij zijn ogen had gesloten. Waarom lag hij hier? Was hij hier zelf heen gekomen, of was hij hierheen gebracht? Was hij misschien zomaar ontstaan, op deze plek, op dit moment? Maar nee, hij moest ouders hebben, een ei waar hij uit was gekomen. En hij voelde het gat in zijn gasachtige lichaam en wist dat er iets van hem weggerukt was en hij wist dat het zijn familie was. Boven hem waren wolken verschenen. Hij zag ze niet, want de lucht was niet meer dan een zwarte waas met lichtgevende puntjes, maar hij wist het, omdat de lichtgevende puntjes geen licht meer gaven en de maan niet meer rond was. Het werd donkerder, terwijl de wolken zich steeds dichter samenpakten en de eerste sneeuwvlokken naar beneden kwamen dwarrelen. Mephisto keek naar de witte puntjes die naar hem toe kwamen en voelde hoe ze op zijn lichaam terecht kwamen. Een enkeling gleed zijn openhangende mond in. Een rilling gleed door hem heen. Wat moest hij doen?

Toen Mephisto zijn ogen weer opende voelde hij een aanwezigheid. De wazige wereld om hem heen leek nog net iets waziger te zijn dan voorheen, of was dat slechts verbeelding? Hij wilde dat hij de wereld weer scherp kon zien, misschien zouden zijn gedachten dan ook weer scherp worden en zijn herinneringen weer terug komen. Hij knipperde met zijn ogen, maar de wereld om hem heen bleef een waas. Hij lag nog steeds in de koude sneeuw. Grote vlokken sneeuw dwarrelden nog altijd naar beneden – of was het weer opnieuw begonnen met sneeuwen? Mephisto wist niet hoe lang hij buiten bewustzijn was geweest. Hij draaide zich om, want het gevoel dat er iemand aanwezig was, was er nog altijd. ‘Oh, dank Arceus,’ klonk een lieflijke stem, vlakbij. Mephisto kreunde zachtjes, want hij voelde pijn door zijn hele lichaam. Hij probeerde te zien van wie de stem afkomstig was, maar zijn zicht belemmerde hem nog steeds. Alles wat hij zag was een donkere vlek, die dichterbij kwam. Hij concentreerde zich en besefte dat hij hier te maken had met een Misdreavus. Zorgzaam vleidde de spookpokémon zich tegen hem aan. ‘Dank Arceus dat je nog leeft....’ fluisterde ze. ‘Heb je het koud...? Heb je honger? Of dorst? Kan ik iets voor je doen?’ Maar Mephisto antwoordde niet. Hij staarde naar de witte stippen die naar beneden kwamen dwarrelen. Ze dansten voor zijn ogen. Hij knipperde en zag hoe de witte vlekken vager werden. Nog eens knipperde hij. En nog eens. Tot er niets meer was dan de duisternis van een blinde. Toen pas sprak hij: ‘Nee... Je kunt niets meer doen... Je aanwezigheid... is genoeg...’

De Misdreavus bleef bij hem tot de ochtend aanbrak en de zon tussen de wolken door brak, maar Mephisto had niet meer het zicht om het te zien. Zijn wereld zou voor altijd in het donker gehuld zijn. Misdreavus hielp hem overeind te komen en zijn evenwicht te hervinden. Zweven bleek een lastige opgave wanneer je blind was, maar na even oefenen lukte het Mephisto om rechtop in de lucht te blijven hangen. ‘Mijn naam is Isis,’ zei de Misdreavus, met een stem die door Mephisto’s lichaam leek te zingen. De Haunter opende zijn mond, maar besefte dat hij niet wist wat hij moest zeggen. ‘Ik...’ begon hij. ‘Ik... Ik weet niet meer hoe ik heet...’ Hij hoorde Isis’ vriendelijke lach. Ze cirkelde dicht om hem heen, zodat hij haar lichaamswarmte voelde, en zei: ‘Dat geeft niet, want de naam die je had hoort bij je verleden. Een verleden dat niet meer bij je hoort, want je bent het vergeten, net zoals je je naam bent vergeten...’ Ze kwam nog iets dichter bij hem, zodat hij haar adem voelde. Ze fluisterde, alsof het een diep geheim was: ‘Ik noem je Mephisto...’ De naam galmde door zijn hoofd en deed hem duizelen, maar het voelde goed. De naam paste bij hem, ook al wist hij niet wat de naam betekende of waarom de naam dan bij hem paste. Misschien was het puur en alleen de manier waarop Isis de naam had uitgesproken de reden waarom zijn hele lichaam tintelde bij de gedachte aan zijn nieuwe naam.

Part 3: Chasing the Dragon

Ruim een jaar bracht Mephisto bij Isis door. Ze woonde nabij de Moonlit Meadow, in een hol dat vermoedelijk ooit bewoont was door een groepje Nidoran, want het was met zorg uitgegraven en groot genoeg voor twee geesten om er te wonen. Isis bleek bekwaam te zijn met kruiden. Ze wist veel over verschillende berries en planten en wist medicijnen te maken die Mephisto hielpen van zijn duistere nachtmerries af te komen, die hem in zijn slaap teisterden, maar geen concrete verhalen leken te vertellen. Alles wat de nachtmerries waren, waren gevoelens van angst, paniek en machteloosheid. Misschien had het iets te maken met zijn eerste levensjaar of eerste levensjaren, maar misschien ook niet. Mephisto kwam weinig buiten, want hij voelde zich daar niet op zijn gemak, omdat hij andere Pokémon niet kon zien en bovendien bang was dat hij Isis’ hol niet terug zou kunnen vinden. Op momenten dat hij dat tegen Isis zei, lachte ze hem uit, maar niet onvriendelijk, want ze hield van hem.

Mephisto raakte in een sociaal isolement en leefde van de aandacht die Isis hem gaf, maar Isis besefte dat dit niet zo door kon gaan en voedde hem met kruiden en vloeistoffen die zijn geest verruimden en hem opener en onbevreesder maakten. Zo wist ze Mephisto mee naar buiten te krijgen en begon de Haunter weer plezier te krijgen in het leven buiten de grot. De kruiden en vloeistoffen hielpen hem niet alleen vrijer te zijn, maar leken zijn zintuigen ook aan te scherpen – of misschien kwam het door zijn blindheid, dat Mephisto’s gehoor, reuk en smaak verbeterden en hij zijn zintuigen zelfs zodanig ontwikkelde, dat hij in staat was zonder Isis’ hulp de Moonlit Meadow over te steken en weer veilig terug te komen bij de Misdreavus.

Isis was blij met deze ontwikkeling, want ze was zelf een sociale geest. In tegenstelling tot wat gezegd werd over het soort Misdreavus, namelijk dat ze genieten van de pijn en angst van anderen, kon Isis hier helemaal niet van genieten. Dat was dan ook de reden dat ze zich zo interesseerde in kruiden, omdat ze wist dat planten en bepaalde stoffen een goede uitwerking konden hebben op zieke of gewonde Pokémon. Mephisto merkte dan ook al gauw dat de Misdreavus in deze omgeving als een soort kruidenvrouw werd gezien en door vele ook als een goede vriendin, want ze verrichte goed werk en ze hielp velen. Dat intrigeerde Mephisto mateloos, want hij zelf had niet het idee dat híj ooit iets goeds had gedaan voor anderen en hij vroeg zich in stilte wel eens af waarom je dat zou willen. Het was immers al moeilijk genoeg om voor jezelf te zorgen?

Isis en Mephisto genoten in die tijd van het leven en van elkaar. Mephisto ging vaak met Isis mee, als ze op zoek ging naar bepaalde planten of stoffen, of wanneer ze anderen ging helpen. Hij probeerde te luisteren naar wat ze allemaal deed en probeerde er van op te steken, maar tegelijkertijd voelde hij dat dit niet was wat hij de rest van zijn leven wilde doen, want nog altijd knaagde daar het zwarte gat in zijn herinneringen.

Part 4: Ghost Division

‘Ik wil reizen, Isis. Ik wil dingen ontdekken, dingen leren,’ zei Mephisto op een dag, nadat hij twaalf manen bij de Moonlit Meadows en de Misdreavus gewoond had. Hij voelde hoe Isis hem bekeek. Hij voelde hoe haar ogen de zijn opnamen en constateerden dat hij niet van zijn idee af te brengen was. Toch probeerde ze het. ‘Je denkt dat je zo je geheugen terug zult vinden,’ zei ze, op een afkeurende toon. ‘En je denkt dat ik mee zal gaan, om je te ondersteunen bij je zoektocht.’ Mephisto slikte en sloeg zijn handen bij wijze van bevestiging om de Misdreavus heen. Het bleef even stil tussen de twee, want het was wel duidelijk dat de Misdreavus niet mee wilde gaan. Uiteindelijk was Isis degene die als eerste sprak. ‘Ik kan niet met je mee, Mephisto,’ zei ze en ze vervolgde met klem: ‘Ik ben hier nodig.’ En weer volgde er een stilte. Even bleven ze in de lucht zweven, Isis in de omhelzing van Mephisto. Toen liet hij haar langzaam los en zweefde achterwaards bij haar vandaan. ‘Jij bent hier nodig...’ zei hij.

‘...maar ík niet. Het spijt me.’

Het was het laatste wat hij tegen haar zou zeggen, want na die woorden draaide hij zich om en zweefde hij de Moonlit Meadows over, weg bij de plek waar hij gevonden was en weg bij de plek waar hij liefde had gevonden. Het deed pijn, maar het voelde op dat moment als de juiste beslissing. En hij zou terugkomen! Het was niet alsof hij haar voorgoed verliet en dat wist zij ook. Hij ging op zoek naar antwoorden, maar zou daarna terugkomen. Of misschien zou hij tussendoor wel terugkomen, als het te lang duurde. Hij zou de geur van deze plek onthouden, de geur van het hol en de geur van Isis. En zo verdween Mephisto achter de horizon en keek Isis hem met tranen in haar ogen na. Ze wist dat het einde dat ze zo gevreesd had was gekomen. Had ze er misschien verkeerd aan gedaan hem twijfelachtige kruiden toe te dienen?

Weer verstreken er manen. Mephisto voelde dat hij wijzer werd met elke meter die hij maakte en ondanks dat hij Isis miste, ging hij alsmaar door, alsmaar verder. Hij leerde veel andere Pokémon kennen, maar vrienden maakte hij niet, daarvoor was hij te... anders. Hij wist dat het kwam door de kruiden die hij nam, maar hij kon er niet meer van af stappen. Hij had het geprobeerd, maar zodra er een kwart maan verstreken was, kreeg hij het gevoel dat hij geen lucht meer kreeg en zijn lichaam aan het vervliegen was. Hij kreeg het gevoel acht handen te hebben in plaats van twee, die hem alle acht een andere kant op leken te sleuren. Kwijlend, schuimbekkend en in paniek lukte het hem de kruiden te vinden die zijn blik weer scherp stelden en zijn handen weer reduceerden tot het fatsoenlijke aantal twee.

Er waren zeker tien manen verstreken sinds Mephisto Isis had verlaten, toen hij op een koude nacht bij een rivier aankwam. Een witte mist gleed laag over de oever en het bevroren water. De maan weerspiegelde in het ijs, dat nog zo ongeschonden was, dat de rivier eronder goed te zien was. Mephisto was er van overtuigd dat er geen andere Pokémon in de buurt waren, want hij rook niemand, noch hoorde hij iemand. Een rilling gleed door zijn lichaam heen, want hij voelde dat er iets ging gebeuren, iets wat hem niet aan zou staan. Hij zweefde verder en voelde nu zelf ook de mist, die hij niet had kunnen zien. De witte nevel vermengde zich met zijn paarse lichaam en Mephisto besefte dat hij langzaam weer naar een droomwereld gleed. Verwarring en angst maakten zich van hem meester. Had hij meer kruiden nodig, of had hij er juist te veel genomen? Hij wist zich niet te herinneren wanneer hij zich voor het laatst aan de kruiden had vergrepen, maar had niet het gevoel dat het zo lang geleden was.

Hij zweefde verder, niet wetend waar hij nu eigenlijk was. Hij voelde kou onder zich – was het sneeuw of ijs? Maakte het uit? Voor zich leek een schim zichtbaar te worden. Hij verstarde. Een schim...? Hij had al in geen manen een schim kunnen zien... Maar er leek echt een beeld voor hem te verschijnen en hij herkende het. Bijna vierentwintig manen geleden had hij precies hetzelfde gezien: een Misdreavus die naderbij kwam. Hij hoorde een zacht gekreun – of was het slechts een illusie. Met open mond stak hij zijn hand uit naar de naderende schim, maar hij kon haar niet aanraken. ‘Ik... heb... je... nodig...’ klonk een fluistering. Mephisto voelde zich koud worden, kouder dan hij ooit was geweest en probeerde haar nog eens aan te raken, maar het lukte niet. Hij greep door haar heen. ‘Wij... wij... hebben... je...’ De fluistering ging over in een zachte kreun en een vermoeide zucht. De illusie vervloog in miljoenen stofdeeltjes. Mephisto meende ze te kunnen voelen en probeerde ze wederom vast te grijpen. ‘Isis... ISIS!’ Hij greep naar de stofdeeltjes, zweefde ze achterna, maar het was allemaal tevergeefs. Isis was er niet.

Part 5: Tears for a Son

Mephisto haastte zich terug naar de Moonlit Meadow, omdat hij voelde dat de droom (het moest wel een droom zijn geweest, want nadat Isis was opgelost in het niets, was zijn zicht weer verdwenen) een soort teken was. Hij hoopte maar dat het een waarschuwing was en geen reflexie op wat echt was gebeurde, want als dat laatste het geval was, dan vreesde hij dat hij Isis nooit meer terug zou zien. Af en toe schoot de vraag door hem heen waarom ze het gehad had over “wij”, maar de essentie van die vraag ontglipte hem keer op keer. Niets anders leek belangrijk dan het weerziens met de Misdreavus.

Het duurde weken voor hij eindelijk terug was bij de maanverlichte weilanden en de vertrouwde geur van Isis’ hol weer tot hem doordrong. Paniek vulde echter gelijk zijn lichaam, want hij voelde dat er iets mis was. Hij zweefde het hol binnen. ‘Isis?’ vroeg hij. Hij rook haar, maar er kwam geen reactie. ‘Isis?’ herhaalde hij, maar nog altijd was er geen reactie. ‘Isis!’ Dit keer riep hij, maar weer bleef het stil. Misschien was ze buiten, even weg? De Haunter haastte zich het hol weer uit. ‘Isis?!’ riep hij opnieuw. Dit keer kwam er wel een reactie, maar niet de reactie waar hij op gehoopt had. ‘Mephisto?’ Het was de stem van Harmony, een Pidgey die goed bevriend was met Isis. De manier waarop Harmony zijn naam zei, deed Mephisto ineen kruipen. ‘Harmony?’ reageerde hij. Hij voelde dat hij zijn stem niet onder controle had, het woord trilde en kwam er niet zo vriendelijk uit als hij gewild had.

‘Waarom ben je teruggekomen?’ vroeg Harmony. Mephisto hoorde verdriet en opgekropte woede in diens stem. Hij wilde reageren, maar hij was in de war. Waarom gedroeg Harmony zich zo vijandig? Het antwoord volgde al snel. ‘Denk je dat je hier nog welkom bent?’ vroeg Harmony. ‘Isis heeft manen gewacht op je terugkeer, maar het was verspilde energie. Je hebt haar leeggezogen met je afwezigheid. Elke keer dat de maan opkwam, nam Arceus een stukje van haar geliefde geest tot zich, tot er uiteindelijk niets over was dan het ei dat ze met zich meedroeg.’ Harmony’s stem brak en Mephisto kon horen dat hij huilde. Hij zelf wist niet hoe hij moest huilen. Het was een wonder dat hij wist hoe hij in de lucht moest blijven zweven. Het was een wonder dat hij wist hoe hij moest blijven ademen. ‘...ei?’ wist hij uiteindelijk uit te brengen.

Nu werd Harmony kwaad. Hij haalde met zijn scherpe bek uit naar Mephisto, die een pijnscheut voelde toen de bek hem raakte, en geschrokken achteruit deinsde. ‘Een ei ja!’ krijste de Pidgey. ‘Zwanger heb je haar achtergelaten, rouwend om je vertrek! Want wanneer zou je terugkomen? Ik zei dat ze je moest vergeten, maar dat weigerde ze, want ze meende dat je haar niet vergeten was. Ze werd stiller, meer in zichzelf gekeerd. Ze at niet meer goed en werd mager en toen uiteindelijk het ei uit haar lichaam moest komen verloor ze haar laatste gevecht en stierf ze!’ De Pidgey leek de woorden uit te spugen en elke lettergreep voelde als een messcherpe klauw die Mephisto’s lichaam binnendrong. ‘Ik zag het, ik zag hoe haar lichaam vervloog en hoe het ei achterbleef!’ krijste Harmony. ‘En ik zag hoe het nog te fragiel was en hoe het barste toen het de grond raakte! Ik zag hoe het bloedde en stierf net zoals zijn moeder gestorven was. Is dit wat je wilde?!’ Opnieuw haalde de Pidgey uit naar de Haunter, die wederom achteruit deinsde toen de scherpe bek hem raakte.

‘Nee!’ riep hij uit. ‘Dit was niet wat ik wilde! Natuurlijk was dit het niet!’ Maar voor deze woorden was het te laat, merkte hij. Harmony bleef naar hem krijsen en maakte meer dan eens duidelijk dat hij hier niet meer welkom was. En de Haunter begreep het. Hij zakte naar de grond en raakte met zijn handen het gras aan, waar hij en Isis zo vaak overheen waren gevlogen. Eindelijk voelde hij tranen in zich opwellen. Hij had eigenhandig een deur gesloten... Welke kant kon hij nog op? Terwijl de tranen over zijn wangen vloeiden, hoorde hij hoe de Pidgey opvloog en hem nog een paar vreselijke woorden toewierp, en Mephisto nam ze in zich op en wist dat ze bij hem pasten. Elk scheldwoord dat hij vanaf nu te horen zou krijgen, zou bij hem passen. Maar waar moest hij heen? Hij wilde hier niet blijven, zelfs al zou het kunnen...

Wat moest hij doen?

Part 6: A New Beginning

Mephisto wist niet hoeveel tijd er verstreken was, toen dan eindelijk zijn tranen droogden. Een vreemd gevoel maakte zich van hem meester. Hij wilde het uitschreeuwen, maar niet van verdriet. Een soort opluchting overheerste hem, alsof er zojuist was medegedeeld dat het allemaal maar een grap was. Als uit het niets begon hij te lachen. Een aanstekelijke lach, alsof hij oprecht vrolijk was, die overging in de lach van een krankzinnige. Hij zweefde omhoog, weg van de Moonlit Meadow, en bleef lachen tot zijn keel rauw en droog was en niemand in de Moonlit Meadow hem meer kon horen, omdat hij de velden al zo ver achter zich had gelaten.

Dit was de omslag voor Mephisto, die besefte dat hij niets meer had om voor te leven. Zijn geliefde was dood en zijn kind – het kind waarvan hij niet had geweten dat het bestaan had – had nooit het daglicht gezien. Hij vestigde zich in Mount Darkfall, waar hij een plaaggeest werd voor eenieder die zijn pad kruiste. Geen onaardige plaaggeest, want hij dacht nog regelmatig aan de lessen die Isis hem geleerd had, over hoe je anderen moest respecteren. Hij woonde dicht bij de voet van de berg, want ondanks dat hij zijn leven en zijn doelen drastisch omgegooid had, was er één ding dat nog gewoon hetzelfde was gebleven: zijn onuitputtelijke drang naar het eten van bepaalde kruiden.

Inmiddels woont Mephisto al weer enkele jaren op de berg. Nog altijd weet hij niet wat er vroeger gebeurt is en nog altijd draagt hij de herinnering aan Isis en het ei bij zich, maar ook lukt het hem nog altijd dit verdriet en dit gemis te verdrinken in een dosis kruiden en spot.


Note: Ik hoop dat er nog enigszins soep van te maken is.
NaNoWriMo Wordcount: 19.634/50.000
Terug naar boven Ga naar beneden
Profiel bekijken
 

The March of Mephisto

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Pokemon Mystery World :: Algemeen :: Voorstellen :: Als pokemon-